In het voorjaar van 2010 heb ik met regelmaat gesproken met de persoon achter Sander (1968), ik wil hem als volgt typeren:
Hij is samen met zijn zus opgegroeid in een ondernemers gezin pur sang. In de sfeer van de oude handelsgeest van vroeger klopte dit mooi: een eigenwijze ondernemer met zijn gezin zo ongeveer aan de Zaan onder de rook van de Forbo. Het was daar een voedingsbodem voor zijn vader om steeds opnieuw een eigen bedrijf te starten eerst gezamenlijk met anderen en later alleen. Sander's vader had altijd nieuwe ideeën welke veelal de oorsprong vonden in zijn onbegrip waarom “dingen gaan zoals ze gaan”. Hij is een man van de start-ups. Zijn moeder deed serieus mee in alles wat administratie was, ze deed dat met veel toewijding en laveerde mee op de golven van pa hoewel haar “nee” een echte neen was. Sander groeide op met “zelf doen, eerst proberen en vooral niet zeuren”. Als het regende was dat nog geen reden om met de auto naar school gebracht te worden maar tegelijkertijd …“Ik heb altijd opgezien tegen mijn vader, ik was onder de indruk van zijn passie: zijn technisch aannemings- en installatiebedrijf. Enerzijds het aanleggen van kabels en leidingen voor energie-, nuts- en telecombedrijven en anderzijds de installatie van gebouw gebonden voorzieningen zoals gas, water, warmte, koude, elektriciteit en telecom, hij deed en kon dat gewoon.”
Als klein kereltje mocht hij vaak al met zijn vader mee als hij op zaterdagen en tijdens schoolvakanties “nog wat moest doen voor de zaak”. Alleen al het naast hem zitten in de auto en hem volgen in alles wat hij die dag deed, gaf Sander een volmaakt tevreden gevoel. Die authentieke manier van doen van zijn pa, die rare combi van werken en bedenken, verdiende het respect van een zoon voor een vader. Alles wat hij zag was groot: graafmachines, rioolbuizen, een bouwkeet en de mannen in de sleuf. Sander's ogen gaan glimmen wanneer hij hier over spreekt. Hij voegt er aan toe dat hij waarschijnlijk een uitstervend ras is om als niet-rokend liefhebber gecharmeerd van de geur van zware shag te zijn, dat is die geur van toen. Het was een prettig gevoel van samen met mijn vader zijn, die ik daarbij associeer.
In deze jonge jaren moet hierdoor zijn fascinatie voor techniek ontstaan zijn die daarna niet meer is verdwenen. Hij roept iets over technisch Lego en Meccano en over zenders solderen, de Commodore 64 en zijn abonnement op de 'Kijk' en “Natuur en Techniek”.
Op de lagere school al wist hij dat hij naar de HTS wilde. Na de HAVO wielrende hij dagelijks op 17-jarige leeftijd 20 km heen en terug naar de Technische Hogeschool in Alkmaar. Trots vertelt hij dat hij vervolgens al op zijn 21ste elektrotechnisch ingenieur werd, gespecialiseerd in Telecommunicatie. Het was zijn passie, hij snapte het gewoon!! Gezien zijn relatief jonge leeftijd en zijn restant aan studiefinanciering besloot hij naar Delft te gaan om aan de TU Delft nog meer Elektrotechniek te smullen.
De stap van dorp naar (studenten)stad heeft indruk op hem gemaakt. Hij geeft aan dat hij van “toeten noch blazen” wist over wat hem te wachten stond. Met een rugzak vanuit Krommenie en een Edammertje in de hand begon het leven van een nieuwe student: Delft werd een fietsenmaker rijker. Het studentenleven heeft hem veel gebracht. Vol van respect geeft hij aan dat zijn wereld door Delft een stuk groter werd: “Ik werd lid van een Studentenvereniging (Virgiel, red.) en stapte met beide benen in het studentenleven: jasje dasje met je kisten aan over straat slingeren, invallen, huizen, jaarboeken en gala's: ik vrat het als een uitgehongerde wolf. Maar ook de inhoud hoor: Norton, Laplace, Thevenin, Analyse, complexe functietheorie, Minix, Linux en natuurlijk stochastische signaaltheorie: wat een feest!” Het leven in Delft was een grote brei van kennis en ontdekken, van vieren en ontmoeten. De manier van omgaan met huis- en studiegenoten beviel hem goed: hoewel bot en soms onbeholpen eerlijk, was het wel duidelijk wat je wel en niet kon doen. Er was geen gedoe tussen die mannen onderling, je zei wat er op je hart lag en dan was het klaar, ging je weer verder. “Ik heb dat als bijzonder prettig ervaren in plaats van al die net onder de oppervlakte liggende “dingetjes” tussen mensen. Inmiddels heb ik het wel enigszins gefinetuned naar een modus in het dagelijks leven, ik kwam erachter dat die Delftse botheid niet overal werkt”, lacht hij. “En ach ja, kunnen kiezen voor hoe ik iets wil zeggen, ervaar ik inmiddels als persoonlijke groei.”
Na vier jaar TU Delft waarin hij – geeft hij eerlijk toe – niet meer zo heel goed up to date was met het wel te wee thuis, vroeg zijn vader vanuit het niets of hij hem wilde helpen binnen zijn bedrijf. Er bleken twee bedrijfsleiders opgestapt te zijn en alleen kon hij het inmiddels 150 man grote bedrijf niet bemannen. Zijn vader kennende, moest er “stront” zijn, anders had hij die vraag nooit gesteld. Een gevoel van split loyalties maakte zich van hem meester: koos hij voor pa en ging hij terug naar de roots of bleef het feest in Delft? Die keuze had weken kunnen duren maar Sander deed er slechts twee dagen over. Het antwoord op zijn eigen vraag in deze, kreeg hij toen hij tegen zichzelf het meest eerlijk was en zijn intuïtie volgde. Toen was de keuze snel gemaakt. Om tot die keuze te komen, moest hij wel heel snel al die Delftse bruutheid van zich afschudden want alleen met zijn ratio kwam hij niet tot een beslissing die goed voelde. Een heel bewust moment van inzicht. Hij koos voor zijn vader en besloot zijn studie op te schorten. Van de een op de andere dag was hij aan het werk – weliswaar nog wel woonachtig in zijn Delftse studentenhuis. In hetzelfde jaar (1994) ontmoette hij zijn grote liefde met wie hij in rap tempo ging samenwonen in het Haagse.
Als zoon van de baas volgde anderhalf jaar van keihard werken en zeer veel en snel leren. Dat is zo het lot van ongeveer elk “zoontje van de baas”. Zonder instructies struikelde hij in het diepe: volwassen aanbestedingen, projecten van omvang, acquisitie, onderhandelen met overheden et cetera. Daar zat hij als 25 jarige post-student met door de wol geverfde mannen om tafel. De leercurve was steil en meedogenloos. Maar dat was geen issue voor hem, Sander had tenslotte geleerd vanuit huis: “niet zeuren, het gaat wel weer over”. Ze werkten hard en probeerden inzicht te krijgen in de financiële status van de lopende projecten. “Helaas te laat”, zegt Sander enigszins bedrukt, hij vervolgt “door de snelle groei van het bedrijf, enkele mislukte projecten en het slechte inzicht in de project-administratie, belandden wij midden 1996 in zwaar weer en daarna in een faillissement. Dat balletje begon te rollen de dag na het huwelijk van mijn zus – zoiets maakt grove impact. Het genoemde balletje kwam terecht in een rollercoaster. Dag in dag uit werden we geconfronteerd met alles wat niet oké was, wij waren verbijsterd. Waar was het fout gegaan? Wekenlang alles uit de kast gehaald om samen met adviseurs, accountants en zelfs de curator weer financieel goeds te vinden, maar er was geen houden meer aan.” Sander herinnert zich lange en donkere avonden met stapels papier en overzichten; bloed, zweet en tranen. “Daar ging het bouwwerk van m'n pa! Ik was er kapot van, ik kon niets meer doen.” Hij weet nog goed hoe hij vlak voor Kerst naar de bank ging om de bankdirecteur ervan te overtuigen dat hun mensen echt hun salaris van december moesten krijgen want daar hadden ze op gerekend. Het kon niet zo zijn dat die mensen geen geld hadden voor december, dat mocht niet gebeuren. Op zo'n moment komt er iets 'hulk'achtigs bij hem boven: dat moest en zou gebeuren! Uren zat hij daar en die directeur maar bellen, hij zegt: “Hoe het gebeurde, weet ik niet maar uiteindelijk kreeg ik alle salarissen cash mee en zei die bankdirecteur dat hij mij vertrouwde maar dat alles terugbetaald moest worden.” Het kon mij niets schelen, de missie was geslaagd, onze mensen waren gered. Van faillissementen word je heel snel een grote jongen,” besluit hij zijn verhaal.
“Uiteindelijk maakte mijn vader gelukkig een doorstart, hij hield de club klein en overzichtelijk, dat had hij wel geleerd. Wat ik hieruit mee nam, is dat ik oerkracht heb en kan bikkelen en dat ik vuur voel als het om “mijn” mensen gaat. Alles voor mijn mensen!”
De onmacht die Sander echter tegelijkertijd in deze periode ook gevoeld heeft, toen de boel niet meer te redden was, deed hem besluiten om op eigen kracht een MBA te gaan doen. Een organisatie door kunnen lichten en weten hoe financieel gezien de vlag erbij hangt, was voor hem van elementair belang geworden om zelf te kunnen doen. Hij koos voor de University of Bradford (NIMBAS). “Ik had ingezien dat een louter technische opleiding onvoldoende basis bood om als ingenieur jezelf het hoofd te bieden in complexe omgevingen waar financiële en/of marketing onderwerpen vaak leidend zijn.”
Na het faillissement nam hij een maand de tijd om zichzelf weer in gewenste vorm te zetten. Daarna startte hij in Den Haag bij Unisource Business Networks (dochter KPN Telecom) als projectmanager/consultant. Een geweldig bedrijf, een speeltuin voor deze jongen! Werken met complexe telecommunicatie materie en bij grote klanten netwerkconcepten uitwerken en implementeren. De periode bij Unisource heeft Sander als leerzaam en onvergetelijk ervaren: het bood hem de kans zijn studie echt te praktiseren en gezien de vrijheid die heerste binnen de organisatie was er alle mogelijkheid tot ontplooiing. Hij kon echt doen wat hem fascineerde en kreeg veel kansen. Eind '98 heeft hij met goed gevolg z'n MBA titel behaald in Bradford (UK). Hiermee was hij voorlopig heel tevreden, Delft afmaken was hierdoor geen optie meer. Dat was niet meer zaligmakend voor hem. De combinatie van vakgebieden die hij inmiddels in huis had, maakte hem een tevreden mens. Al snel na het behalen van z'n MBA wist men hem te vinden voor iets nieuws: in 1999 werd hij benaderd om voor een Duitse onderneming (Systema GmbH) een Nederlandse vestiging op te zetten. Hij sprak eigenlijk geen Duits maar dat moest toch te leren zijn; hij zei “ja” tegen het aanbod om in dit avontuur te stappen, best leuk internationaal!
De eerste dag voor Systema was thuis. Gehuld in pak en das zat hij 's-morgens stipt om 9.00 uur achter zijn eigen bureau: “En nu?”. Sander kan er nog steeds om lachen. “Er was niets, helemaal niets nog. Ik begon met bellen, maar naar wie? Tja, zo begon het. Na een paar dagen reed ik naar Duitsland om daar informatie te gaan “ophalen”, ik leerde hier dat ik moest halen. Wachten op wat er gebracht wordt, is 'm niet. Al in '99 wist ik dat dit ownership heette. Ik was verantwoordelijk voor alles wat ik wel en niet deed. Ik kon slechts mijzelf inzetten, het moest vanuit mezelf komen. Enfin, de Nederlandse vestiging werd gestart en uitgebreid met meerdere consultants. Wat we deden? Voor grote Nederlandse energiebedrijven moesten billing en customer care oplossingen gemaakt en onderhouden worden waarvan het software huis in Mannheim gevestigd was. Menig ritje heb ik gemaakt naar Duitsland, soms heen en weer op 1 dag naar Mannheim. Ik snap nu ook dat je in Duitsland wat harder mag rijden op de snelwegen, wat een afstanden zijn het daar. De projecten waren veelal internationaal en meertalig, vooral Duits en geloof mij; ik moest wel Duits leren want een Duitser kan echt geen Nederlands. Uit mezelf was ik vast nooit een cursus levend Duits gaan doen maar door deze job heb ik de schoonheid van het Duits geleerd: die mannen kunnen daar heerlijke volzinnen in Hoogduits produceren. En wat denk je: mijn CEO destijds heette Wolfgang, hoe Duits wil je het hebben? Van hem leerde ik “boter bij de vis”: als een probleem hem ter oren kwam, nam hij altijd direct de telefoon om het uit te zoeken, zelden liet hij zaken op zijn beloop: actie en afhandelen.” Sander grinnikt als hij zegt: “Na een vergadering riep Wolfgang altijd: “Komm Jung(en)s, wir rauchen Einer!”, mooie vent was dat, hij was nog op m'n huwelijk!”
In 2001 werd de moeder van Systema (PDV GmbH) overgenomen door Logica plc. en werd hun kennis en ervaring steeds vaker ook ingezet voor projecten in Engeland, Portugal en Abu Dhabi. In 2003 fuseerde Logica met CMG en werd de Nederlandse vestiging overbodig door de bestaande CMG locaties. Sander besloot niet op te willen gaan in het grote CMG, hij had te veel eigenheid kunnen ontwikkelen om die vervolgens niet te willen verliezen. Hij had te veel eigen ideeën. Hij wilde zijn eigen weg gaan. Inmiddels was hij ook getrouwd en vader geworden van 2 zoontjes, je hebt dan zo je eigen wensenpakketje.
Medio 2003 kiest Sander ervoor om voor zichzelf te beginnen en gaat met € 75 naar de Kamer van Koophandel en richt daar een eenmanszaak op. In de jaren die komen ziet hij zich in staat om bij uiteenlopende klanten zijn kennis, ervaring en persoonlijkheid succesvol te combineren. Hij ontwikkelt zijn managers toolkit met alle gereedschappen die hij situationeel nodig kan hebben. Niets gaat hem te ver of gaat hij uit de weg. Hij wil een ieders manager kunnen zijn. Telecombedrijven, gebouwgebonden omgevingen en ingenieursbureau's; veelal opdrachten bij technisch georiënteerde bedrijven waar techniek, mensen en business issues (lees: resultaat) samenkomen dan wel samengebracht moesten worden. Er was altijd wel echt iets te doen als hij aan een opdracht begon. Hij heeft eigenlijk nooit op “een winkel gepast”.
Inmiddels is Sander ook vader geworden van een dochter en ook nog steeds liefdevol getrouwd, zo knipoogt hij.
Sander geniet met volle teugen van zijn keuze om zelf verantwoordelijk te zijn voor zijn opdrachten, kunnen en de mensen die hij om zich heen verzameld en kan inspireren. Hij krijgt er ook steeds meer lol in presentaties te verzorgen en workshops te begeleiden. Hij grapt erover dat hij ook steeds vaker voor gevraagd werd hiervoor terwijl zijn tactiek is om mensen zelf te laten vertellen hoe processen nu echt gaan en hoe het nu juist zou moeten. Zonder oordeel en open mind, stapt hij altijd in die sessies. Hij hoort het graag van de mensen zelf! Door zijn altijd maar doorvraagvragen en oprechte interesse, kan het soms best spannend zijn tijdens zo'n bijeenkomst. Uiteindelijk zijn er altijd lieden die door de mand vallen, die eigenlijk alleen nog maar hun eigen functie in stand hielden. Vaak dan wel even pijnlijk voor hen maar in the end is een ieder toch pas happy als zijn functie nut heeft en hij gewaardeerd wordt om zijn kunnen en “weer lekker kan werken”.
Het intrigeert hem dat hij toch nog merkt bij bedrijven in deze huidige tijd dat er een enorme focus wordt gelegd op harde feiten uit het CV zoals branche know-how, aantal jaren ervaring, grote namen voor wie gewerkt is en soms zelfs cijferlijsten. “Dat is toch niet hip, we hebben inmiddels toch veel meer tools om te checken of iemand ok is voor de job?” Sander durft het wel aan om te roepen – hij heeft vaak genoeg werving & selectieclubs aan de telefoon - dat het op de harde feiten makkelijker zoeken is in databases en systemen, dan om de zachte eigenschappen te vangen in een database. Dat lukt pas als je echt iemand ontmoet hebt, laat staan gesproken hebt of kent.
Maar dat is niet meer zo de laatste jaren, dat kost tijd en dus geld en is niet goed voor het tarief (…...). Sander kan het niet laten om een leuke anekdote te vertellen. Hij werd een jaar geleden gebeld door een mevrouw van een gerenommeerd W&S bureau die hem bevroeg op zijn kunnen. Hij ervoer de vragen als wat onaangenaam en achterdochtig (“iets als “maar kunt u dan wel echt zelf met computers werken” en “bent u een people manager”). Sander stelde toen voor om elkaar te ontmoeten zodat zij zelf kon zien met wie ze te maken had. Dat was niet de bedoeling, kostte te veel tijd (….). Na het gesprek was hij te verbaasd over het acteren van de mevrouw om het hier zomaar bij te laten. Als een modern manager googelde hij de dame in kwestie, zij kwam prompt vrolijk in kleine bikini naar voren via Hyves – 23 jaar en sinds een half jaar aan het werk. Ach ja, goede mensen kosten inderdaad wat geld....
Gepassioneerd en met flair verteld hij: “Ik heb de stellige overtuiging dat het succes van projecten en opdrachten wordt bepaald door “de vent en niet de tent” (ik heb hier ook nog een female variant voor, maar die is op schrift niet zo netjes ;-)) ), hiermee bedoel ik dat de softe eigenschappen van een manager veel meer bepalend zijn dan de harde feiten, de zogenoemde inhoud. Persoonlijkheidskenmerken zoals uitstraling, empathisch vermogen, doortastendheid, doorzettingsvermogen, charisma, energie, humor, etcetera. De mate waarin deze een fit hebben met de directe opdrachtgever dan wel organisatie en de cultuur zijn veelal doorslaggevend voor succes. Sander meent dat je als interimmer jezelf inzet en niet je inhoud. Je inhoud is slechts een voorwaarde om binnen te komen.
Een leuke anekdote op de vraag maar hoe doe je je werk nou is het verhaal dat hij zelf niet zo speciaal vindt maar inmiddels wel steeds vaker verteld omdat de mensen in directe omgeving het zo typerend voor hem vinden. “Ik werkte eens kortstondig bij een bedrijf waar ik perse een lease auto moest rijden omdat zij niet deden aan kilometer vergoeding. Na wat heen en weer gevraag over de logica, stemde hij in als in “bedrijfs wijs, bedrijfs eer”. Heel snel was e.e.a. duidelijk. De auto was reeds bijna 5 jaar oud, vertoonde vele schades, had geen radio, doorgezakte stoel en ik vond het een suf merk, kortom geen feestje! Ik moest dagelijks zo'n 90 km heen en ook weer terug – ook een full file-gevoelig-traject. Oplossing? Een radio, maar die kreeg ik niet. De auto was bijna afgeschreven en dat vonden ze het niet meer waard. Best teleurgesteld reed ik daar dan 5 dagen in de week in de file zonder radio animatie. Na twee weken was mijn teleurstelling weg, daar wilde ik verder niet boos over worden. Ik was toch techneut en van de oplossingen? Geluid kun je ook ergens anders vandaag krijgen en dus kocht ik een IPod. Toch wilde ik wel wat meer dan alleen maar muziekjes, ik koos ervoor om podcasts te gaan luisteren – ooit eens hierdoor getipt door Adam Curry –. Ik kwam op het spoor van www.manager-tools.com en toen ging het heel snel: ik had zo'n 3 uur per dag training in de auto en direct op het werk kon ik een en anders toepassen en uitproberen. Het sprak mij enorm aan, die mannen van manager-tools waren geheel en al mijn smaak. En dan leer ik heel snel.”
“Wat dit over mij zegt? Dat ik het geen probleem vind als iets niet gaat zoals ik het wil – juist die situatie die daarna ontstaat, biedt mij ruimte om mijn creatieve geest te laten dwalen: en dan ben ik op mijn best en stier ik op de winst af! Dat is kennelijk zoals ik het doe. En oh ja, wat ik aan mijn allereerste training leidinggeven ooit heb overgehouden is: “In sociaal verkeer is aandacht een wettig betaalmiddel”: goud en hulde voor de createur hiervan! Het is gewoon zo. De meest starre chagrijn gaat uiteindelijk door zijn hoeven. Ik doe elke week met al mijn mensen een 1-op-1, uiteindelijk als het loopt nog maar een half uur. Maar elke week oprecht contact: hoe is het, waar ben je mee bezig en wat heb je nodig (ook in de privé sfeer want wat kunnen mensen soms tobben prive). Als je weten dat ze elke week weer die kop van mij zien en ze daar niet onderuit kunnen, dan komt het goed.” Sander vindt het niet meer dan normaal dat je je mensen kent, dat je weet wat hun bezighoudt en waar ze staan in hun persoonlijk leven....
Sander vat zijn biografie zelf als volgt samen: “Mijn jeugd en opvoeding hebben mijn gevormd en geleid naar techniek, mijn eerste baan heeft mij naar de bredere business kennis gebracht en mijn vrouw en kinderen naar verdieping en bewustwording”.
Hier wil hij het voorlopig even bij houden voor wat betreft de uitingen over zichzelf. Hij kan uitstekend zijn grenzen aangeven (red.).
|